PoMoDeVo / postmoderne devotie

Omzien om vooruit te kijken

Een oproep tot bescheidenheid en bezinning

leave a comment »

Boek 1 – Vermaningen voor het geestelijk leven (paragraaf 1 t/m 10)

Gisteren heb ik het boek ‘Navolging nu – Postmoderne Devotie’ van Mink de Vries in handen gekregen! Helaas kon ik door ziekte niet bij de officiële presentatie in Zwolle zijn, maar ik ben blij dat ik nu toch een exemplaar in bezit heb. Ik ga het lezen en jullie horen nog van mij!

Maar nu eerst aandacht voor ‘het origineel’ – het boek van Thomas a Kempis. Het PoMoDeVo blog heb ik geopend toen ik onlangs besloot dit boek opnieuw te gaan lezen. Het is eigenlijk ongelofelijk dat er sindsdien al zoveel gebeurd is. Enkele geestverwanten ontdekten dit blog (ik had er nog geen bekendheid aan gegeven!) en zo ontstond er op deze plaats een zeer kleine gemeenschap. Geen idee waar dat allemaal toe leidt, maar ik vind het wel leuk!

Wijn kan wachten

Ondertussen heb ik boek 1 van ‘De Navolging’ herlezen. In dit artikel vat ik samen wat de eerste tien paragrafen van dit boek mij te zeggen hebben. Ik vond onderstrepingen en een literatuurlijst uit mijn studiejaren in mijn eigen oude exemplaar.* Ik besloot de tekst tot me te nemen als oude wijn: niet met volle teugen – zoals met een pot bier – maar met kleine slokjes. Bier heeft haast, maar wijn kan wachten!

Wat is mij bij herlezing opgevallen? De oproep tot soberheid. Ik leef in een tijd van overdaad, ook al spreekt men nu van crisis. Thomas a Kempis haalt Prediker aan en roept ons op om niet als een dwaas achter onze eigen zinnen aan te rennen “Want zij die hun zinnen volgen, bevlekken hun geweten en verliezen Gods genade.” (Uit paragraaf I van boek 1)

Veel dingen die wij in deze tijd ‘belangrijk’ vinden, zijn bij nadere beschouwing aan te duiden als ijdelheid. We maken ons vergeefs druk over nutteloze zaken. Wat is er werkelijk van belang in dit leven?

Blijf liever onbekend

Deze zin trof mij in paragraaf II van boek 1: “Als je iets wilt leren en weten waar je wat aan hebt, blijf dan maar liever onbekend en naamloos”. Deze middeleeuwse wijsheid mag wel weer eens afgestoft worden. In die tijd was navolging iets moois. Je hoeft niet naam voor jezelf te maken, je moet op zoek gaan naar kennis die blijvend is. Dat is niet de kennis waar je ‘vandaag mee scoort’, maar het is wijsheid die overeind blijft als alles rondom je ingestort is. Thomas roept op tot gepaste bescheidenheid: “We zijn allemaal maar zwakke mensen, en je moet je er bewust van blijven, dat er niemand zwakker is dan jezelf.” Ware woorden. En Gods kracht kan zichtbaar worden in onze zwakheid! (2 Kor. 12:9)

Ook in paragraaf III van boek 1 wordt benadrukt dat het beter is een goed leven te lijden dan kennis te verzamelen als doel op zich. Matigheid en bescheidenheid – dat zijn de twee waarden die ik in deze eerste paragrafen oppik. Paragraaf IV: “Overleg liefst met een wijs en nauwgezet man, en laat je liever onderrichten door iemand die beter is dan jezelf, dan je eigen bedenksels te volgen.” (De foto toont Anonymus – een beeld uit Hongarije. Wel treffend dat het beeld van deze naamloze een kruis om zijn hals draagt… Bron)

De stenen van onze trots moeten uit het landschap gehaald worden. Daarna kan er geploegd en gezaaid worden. We moeten bedenken wat werkelijk in dit leven van waarde is, we moeten niet uit zijn op onze eigen eer en het is goed te luisteren naar mensen die al langer de weg van Christus zijn gegaan.

Nederig, eenvoudig en met geloof

In paragraaf V schrijft Thomas: “Lees alleen uit liefde voor de zuivere waarheid.” En ook: “Als je met profijt wilt lezen, lees dan nederig, eenvoudig en met geloof…” Ik neem dit goede advies aan. Te vaak benader ik een bijbeltekst met mijn eigen inzichten. Als ik echt ontvankelijk wil zijn, moet ik mezelf openen voor de waarheid van het Woord. Ook als die waarheid botst met mijn ‘kennis’.

In paragraaf VI gaat Thomas in op ‘de onbeheerste neigingen’. Ik ben een gepassioneerd mens en mijn belangstelling gaat uit naar van alles en nog wat. Het gevaar is groot dat ik mijn hartstocht richt op zaken die niet bijdragen aan mijn geestelijke groei. Net als Paulus benadrukt Thomas dat we de strijd aan moeten gaan met onze begeerten. “Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen.” (Gal. 5:24)

Als je iets goeds mocht hebben, geloof dan iets beters van anderen, opdat je je nederigheid bewaart.

Paragraaf VII is een oproep tot nederigheid. “Als je iets goeds mocht hebben, geloof dan iets beters van anderen, opdat je je nederigheid bewaart. Het schaadt niet anderen boven jezelf te stellen, maar het schaadt zeer als je je maar boven één andere mens zelf verheven acht.” In een tijd waarin zelfontplooiing, eigenwaarde en carrière heel belangrijk gevonden worden, moet deze wijsheid weer gehoord en voorgeleefd worden. Alles wat wij hebben is ons toegeworpen. De talenten waarmee we goede dingen kunnen doen, zijn niet onze verdiensten. We hebben geen reden om onszelf boven anderen te verheffen. Niet boven tijdgenoten, maar ook niet boven de mensen die voor ons leefden of volgelingen die na ons zullen komen.

Wie neem je in vertrouwen?

In paragraaf VIII waarschuwt Thomas ons voor ‘te grote gemeenzaamheid’. Wij kunnen in onze tijd in de virtuele wereld onze hele ziel blootleggen en alle aandacht die we daarmee verwerven kan ons al gauw naar het hoofd stijgen. Maar er zijn vertrouwelijke zaken die alleen in de binnenkamer thuishoren. Bovendien: waar zijn al die ‘vrienden’ als je werkelijk behoefte hebt aan een mens die naast je staat?

Paragraaf IX wijst de eenvoudige navolger zijn plaats. De woorden roepen verzet bij me op, want ik ben een kind van mijn tijd en hecht waarde aan vrijheid, zelfstandigheid en zeggenschap. Ook ik moet erkennen dat trots en koppigheid ervoor zorgen dat een mens geen leiding wil aanvaarden. Eigenlijk is dit gedeelte vooral een waarschuwing tegen eigenwijsheid en een pleidooi voor het aanvaarden van goed gezag. Als we willen leven in gemeenschap, dan zal een houding van dienstbaarheid en zelfverloochening ons meer brengen dan streven naar macht en status voortkomend uit persoonlijke ambitie. “Wil daarom niet te zeer op je eigen gedachten vertrouwen, maar luister ook eens naar de mening van anderen.” Dat lijkt me nog steeds een goed advies!

Verbeter de stilte

Paragraaf X lijkt wel speciaal voor mij geschreven: “Het vermijden van veel woorden”. Veel praten en schrijven kan een vlucht zijn. Je bent misschien niet meer geobsedeerd door de dingen van deze wereld, maar je verspilt nog wel veel tijd door er verbaal / in gedachten mee bezig te zijn. Wat is er mis met de stilte? De stilte bepaalt ons bij de leegte van ons bestaan. We hebben veel woorden nodig om die leegte te vullen en zelfs op stille momenten zetten wij de radio of een iPod aan. “Als je denkt dat het nut heeft te spreken, spreek dan over opbouwende dingen,” adviseert Thomas. Ergens anders las ik eens: “Spreek alleen als je de stilte kunt verbeteren.” (“Do not speak unless you can improve the silence” – exacte bron onbekend).

Ik zal altijd wel een prater en een schrijver blijven. Dat is deel van mijn persoonlijkheid. Ik ben mededeelzaam van nature! Maar je kunt alleen iets van betekenis uitdelen als je de tijd genomen hebt om zinvolle kennis en ware wijsheid te vergaren. Zo kan een stem uit de late middeleeuwen mij oproepen om vaker de stilte te zoeken om in die rust Gods stem beter te leren verstaan.

Paul Abspoel

* De Navolging van Christus – vertaald door Dr. J.W. Schulte Nordholt , Amsterdam MCMLIV, De Arbeiderspers

Advertenties

Written by abspoel

november 25, 2009 bij 4:53 pm

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: